Gehoor 

Hoofdstuk 9; Gehoor. Gastvrijheid.

De kracht van stilte. Alle muziek begint in stilte. Soorten stilte. Luisteren begint met stilte. De schaarste van stilte. Geluid bereikt ons. Gehoor als basis voor het spreken. Luisteren is als de echo. De andere werkelijkheid van het horen. Verinnerlijking van de buitenwereld. Nada Brahma. Atmosferisch en voortalig luisteren. Als je klank en betekenis weglaat; wat hoor je dan? Luisteren zonder interpretatie. Resoneren met de ander. De ander als muziekinstrument. Muziek; metamorfose van emoties. Beeld en geluid. Muziek krijgt teveel betekenis. De klank van materie. De klank van mensen. Akoestische oriëntatie. Tolerantie en gastvrijheid. Eerbied, empathie, vrijheid. De muziek van de verwarde mens. De weg naar de geest. De weg naar de taal.

Stilte is niet slechts de afwezigheid van geluid. Het is een werkende kracht in zichzelf. Het is de potentie, de voorwaarde voor alles wat nog wil gaan klinken.


 

We ‘kijken naar’ de wereld, maar geluid ‘bereikt’ ons; ons oog reikt uit, maar wanneer we luisteren, ontvangen we de klankwereld in ons; en komen we tot ‘verinnerlijking’.


 

Want wanneer we naar een ander mens luisteren zonder op de betekenis van zijn woorden te letten, wordt de ander; muziek, en dat is prachtig!

 

Het is de poëzie van de stem waar het lichaam zich van bedient, zonder woorden. In de klank van de stem wordt de waarheid gehoord; niet in de woorden, want, net als het lichaam zelf, houdt ze niet van valse noten; van onwaarheid.

 

Zoals we klank uit materie kunnen toveren, zo kunnen we de geest in een mens beluisteren. Wij zijn zelf misschien het enige muziekinstrument dat naar zijn eigen klanken luistert.

 

Nadat we eerst ons fysiek evenwicht hebben gevonden en daarna ons existentieel evenwicht, vinden we nu in het luisteren ons geestelijk, innerlijk evenwicht; ze hangen samen.

Uit: 12 Zintuigen, 13 Deugden.